Wetenschap

Op grond van Skinner’s werk, is vanaf de jaren ‘60 de toegepaste gedragsanalyse (Applied Behavior Analysis) ontwikkeld. 

Binnen de toegepaste gedragsanalyse wordt onderzoek gedaan: de onderzoekers ontwerpen, implementeren en evalueren interventieprogramma’s. Voortdurend wordt gedrag geobserveerd (vooraf, tijdens en na een interventie) en worden observaties van het aantal keren dat bepaald gedrag voorkomt genoteerd en later in grafieken weergegeven, zodat effecten van een interventie zichtbaar worden. Mochten effecten uitblijven, dan kan de interventie worden aangepast. Om de gesignaleerde gedragsproblemen te verminderen worden de omgeving of de consequenties van het gedrag veranderd. 

Binnen de toegepaste gedragsanalyse is het niet voldoende om probleemgedrag te verminderen of op te lossen. Het is ook belangrijk aan te tonen dat de aangebrachte veranderingen in de omgeving of de consequenties van gedrag de oorzaak zijn van de gedragsverbeteringen. Door te laten zien welke functionele relaties er kunnen zijn tussen gedrag en omgeving, en door na te gaan welke interventies werken en welke niet (bij specifieke personen, en daarna hopelijk bij velen), wordt kennis opgebouwd over technieken van gedragsverandering. 

Het doel van de methode is niet het tot stand brengen van statistisch significante veranderingen, maar sociaal significante veranderingen; veranderingen die een echt verschil maken in het leven van de cliënt. Als een kind eerst 20 keer per dag zichzelf verwondde en nu 10 keer, dan zal dat een statistisch significant verschil zijn, maar 10 keer per dag is nog steeds teveel om te spreken van een sociaal significant verschil.

Copyright 2012 DABA. Alle rechten voorbehouden. Webdesign en webdevelopment door Omines.